Boek Nederlands

De kant van Swann

Marcel Proust (auteur), Thérèse Cornips (vertaler), Anneke Brassinga (vertaler)
Op zoek naar de verloren tijd is een van de grootste triomfen van de wereldliteratuur. In deze romancyclus wordt de lezer door het zintuiglijke proza van Marcel Proust gevangen in een web van subtiliteiten, onvergetelijke personages, verfijnde ironie, glasheldere zinnen en messcherpe observaties. In De kant van Swann, het eerste deel van de cyclus, gaat de verteller herinneringsg
Titel
De kant van Swann / Marcel Proust ; vertaald door Thérèse Cornips en Anneke Brassinga ; ingeleid en geannoteerd door Ieme van der Poel en Ton Hoenselaars
Auteur
Marcel Proust
Vertaler
Thérèse Cornips Anneke Brassinga
Inleider
Ieme Van der Poel Ton Hoenselaars
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
Du côté de chez Swann
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2018
604 p.
ISBN
9789403119007 (paperback)

Ook in de collectie als:

Boek: Nederlands, Frans, Nederlands

Beschikbaarheid en plaats in de bib

Besprekingen

Kameren met Proust

Klassiek. Op zoek naar de verleden tijd ligt weer integraal in de boekhandel. In het vijfsterrenhotel in Cabourg waar Marcel Proust de zomers van 1907 tot 1914 doorbracht, gaat Marijke Arijs op zoek naar de betovering van de fantasie. In het antieke koperen bed gaat haar mémoire involontaire aan het werk.

De naam Marcel Proust klinkt u allicht bekend in de oren. U weet wel, die Franse schrijver die op zoek ging naar de verloren tijd en hem meer dan drieduizend bladzijden later keurig wist te hervinden. Dat u zijn meesterwerk hebt gelezen, is minder waarschijnlijk. Logisch, want met zijn 40.881 zinnen, 1.267.069 woorden en 9.609.000 lettertekens is Op zoek naar de verloren tijd de lijvigste roman ter wereld.

Proust is namelijk niet alleen de grootste, maar ook de wijdlopigste twintigste-eeuwse Franse auteur. Zijn labyrintische zinnen schrokken de uitgevers destijds af en het had niet veel gescheeld of zijn levenswerk had nooit het licht gezien. André Gide wees het manuscript af. Bij uitgeverij Ollendorf begrepen ze niet 'dat een meneer dertig pagina's nodig had om te beschrijven hoe hij in bed lag te woelen' en ook bij Fasquelle ving de schrijver bot: 'Na zevenhonderdtwaalf bladzijden van dit manuscript (minstens zevenhonderdtwaalf, want veel bladzijnummers zijn getooid…Lees verder